Notionele interestaftrek: na de euforie .....
12/02/2009
- De overdracht van de notionele interest naar latere belastbare tijdperken
Op basis van de twee circulaires en de relevante rulings en parlementaire vragen, analyseert dit kennisatelier de grenzen van de aanvaardbare maximalisatie van de notionele interestaftrek.Waarbij ook ingegaan wordt op de toepassing van de anti-misbruikbepalingen op de notioneel geïnspireerde constructies. En op basis van recente ervaringen bekijken wij ook de vraag naar de controle op de notionele interestaftrek.
Aandachtspunten bij de berekening
Thema’s die o.a. aan bod zullen komen:
- De toepassing van de anti-misbruikbepalingen op de notioneel geïnspireerde constructies
- “double dip operaties”
- Hoe de uitsluiting van “gemengd gebruikte gebouwen” beperken ?
- Tellen de herwaarderingsmeerwaarden en de fusiemeerwaarden mee ?
- Zijn beleggingen in de tak 21, de tak 23 en/of de tak 26 uitgesloten ?
- Hoe tast de rekening 19 (met de voorschotten aan de vennoten in het kader van de vereffening) in negatieve zin het eigen vermogen van de vennootschap aan?
- Verhoging van de aftrek door een fors deel van een geboekte herwaarderingsmeerwaarde of ontvangen kapitaalsubsidie spontaan belastbaar te maken ?
- Criteria voor de verhoogde notionele interestaftrek voor KMO’s
- Uitsluitingsgronden, zoals herwaarderingsmeerwaarden, kapitaalsubsidies en fusiemeerwaarden
'Notionele interestaftrek: na de euforie ...".
Circulaire (pdf formaat)
